19 oktober 2017
Adrilank's Computers
  • header
  • header1
  • header2
  • header3
  • header4

 
 
 
  Geschiedenis Computer 2 januari 2016
 

De geschiedenis van de Computer:

De computer bestaat al 360 jaar. Dat is iets wat de meeste mensen niet verwachten,
want ze denken dat het een heel modern apparaat is.
Ze schatten dan dat de computer ongeveer 20 jaar oud is.
20 jaar geleden heeft computerbedrijf IMB haar eerste PC's verkocht.
PC betekent personal computer. Dat zijn computers die op je bureau passen.
De PC is dus voor iedereen thuis of op het werk. Voor de PC waren er alleen maar grote en dure computers.
Alleen bedrijven en universiteiten hadden zulke computers.
De eerste computer was de Pascaline.
Die werd in 1642 bedacht door de Fransman Blaise Pascal .
Het apparaat was bedoeld als hulpje voor zijn vader die bij de belasting werkte.
Op de Pascaline kon je nog geen spelletjes spelen. Je kon er zelfs geen tekst mee typen!
Eigenlijk kon het apparaat maar een ding: optellen.
En met een beetje moeite kon Blaise het apparaat ook nog zo veranderen dat het ook kon aftrekken.
Maar om er meer dingen mee te doen kreeg hij niet voor elkaar.
De Pascaline was eigenlijk gewoon een rekenmachine. Maar de computer van nu is dat ook.
Op het beeldscherm van een computer kun je wel tekst en spelletjes zien, maar in het binnenste van de computer werkt alles met getallen.
De computer waar ik nou op type kan eigenlijk alleen optellen.
Niet voor niets heet het ding een computer: dat komt van het Engelse to compute. En dat betekent: rekenen.
Een computer is dus eigenlijk een rekenaar. Veel mensen hebben een hekel aan rekenen.
Daarom bedenken mensen apparaten die het rekenen gemakkelijker maken.
In 1675 bedacht de Duitser Von Leibniz een rekenmachine die al iets meer kon dan die van Blaise Pascal.
In 1801 bouwde Joseph Jacquard een weefgetouw dat automatisch werkte met ponskaarten.
Dat zijn kaarten met een heleboel gaatjes erin. Een draaiorgel werkt hetzelfde. De muziek staat op een lange rits kartonnen kaarten.
Er zitten allemaal gaatjes in. Die gaatjes zorgen ervoor dat het draaiorgel op het juiste moment de juiste toon speelt.
Zo werkt het weefgetouw ook. Op die ponskaarten kon je ook andere informatie dan muziek opslaan.
20 jaar later vond Charles Babbage de ponskaart rekenmachine uit.
De Amerikaan Herman Hollerith gebruikte in 1880 een ponskaarten lezer om de resultaten van een volkstelling te verwerken.
Later richtte hij de International Business Machines Corporation op. Die naam ken je nu als de computer firma IBM!
Al deze uitvindingen waren reken hulpen en automaten. Ze konden alleen maar dat doen waar ze voor waren gemaakt.
In 1936 beschreef de Engelsman Alan Turing hoe een echte computer zou moeten werken.
Niet om een soort probleem op te lossen. Deze computer zou ook nieuwe dingen kunnen leren: de machine kon je programmeren.
Alan Turing dacht dat hij zo'n computer wel zou kunnen bouwen met tandwielen!
De allereerste echte computer werd gebouwd in 1939, ongeveer 60 jaar geleden, door John Atanasoff en zijn assistent Clifford Berry.
Zij noemden het apparaat: ABC, van Atanasoff-Berry Computer. Computer Zij gebruikten geen tandwielen.
Ze hadden als eersten bedacht dat elektronische onderdelen handiger waren.
Een paar jaar later bouwde de Britse regering de computer Colossus.
Dat was in de Tweede Wereldoorlog, en Colossus was speciaal bedoeld om geheime berichten van het Duitse leger te vertalen.
Een heel beroemde computer heette ENIAC (afkorting van Electronic Numerical Integrator and Computer).
Die werd in 1946 gebouwd voor het Amerikaanse ministerie van Defensie.
Deze computer was 2 1/2 meter hoog en 24 meter lang!
En heel lastig te bedienen: je programmeerde het apparaat door kabeltjes op een stekker bord te steken.
De uitvinding van de transistor (in 1948) en van de microchip waren heel belangrijk.
Hiermee kon de computer steeds kleiner, sneller en goedkoper worden.
In 1981 verkocht de firma IBM de eerste IBM pc's. Toen waren computers niet meer weg te denken uit onze wereld.

De eerste computers (1939-1956)

De programma’s van de eerste computers werden geschreven in de machinetaal van de computer, die bestaat uit eentjes en nulletjes.
Ze konden onmiddellijk worden uitgevoerd.
Het schrijven van een dergelijk programma vraagt echter een zeer grote technische kennis van de programmeur.
Zo’n computerprogrammeur was dan ook een échte specialist, en werkte meestal aan een universiteit of in het Amerikaans leger.
De tweede generatie computers (1956 - 1964)
Vanaf 1956 begonnen transistors de lampen te vervangen in de computers. Computers werden tegelijk veel krachtiger,
en begonnen steeds meer hun ingang te vinden in wetenschappelijke, militaire en commerciële middens.
Bij het einde van de jaren 1940 kwam een nieuwe manier in gebruik om een computer bepaalde programma’s te laten uitvoeren.
Het werken met eentjes en nulletjes was immers teveel een specialistenwerk, omdat dit erg “mens-onvriendelijk” was.
Mensen denken immers semantisch (=met woorden).
De assembler taal loste dit probleem voor een groot deel op.
Gebruikers konden programma’s schrijven waarin gebruik gemaakt werd van op het Engels gelijkende instructies.
Een speciaal computerprogramma (die de assembler werd genoemd) vertaalde de instructies naar de machinetaal,
zodat ze door de computer konden uitgevoerd worden.
Vanaf het einde van de jaren 1950 zorgden de nieuwe technologische ontwikkelingen voor een behoefte aan modernere en meer specifieke programmeertalen.
Die programmeertalen noemt men dan “hogere programmeertalen”, omdat de instructies er meer “op mensenmaat” werden geschreven.
De instructies werden naar de voor de computer verstaanbare machinetaal omgezet met een zogenaamde compiler (of interpreter voor BASIC).
Mede dankzij de ontwikkeling van deze hogere programmeertalen werd de verkoop van computers als de IBM 1401 een succes,
aangezien het programmeren nu veel makkelijker aan te leren was.
Tot voor de grote commerciële doorbraak van computers, waren de ontwerpers van zowel de hardware als de computerprogramma’s dezelfden.
Vaak waren ook zij het die de computer bedienden.
Zij werden de computer specialisten genoemd, een beroep dat enkel weggelegd was voor de allerbeste ingenieurs en professoren.
Met de komst van voornamelijk de hogere programmeertalen, ontstonden binnen de computerwereld,
enkele specialisaties, die tot op de dag van vandaag nog bestaan .

De derde generatie computers (1964 - 1971)

In de begindagen van de computer was het opstarten van een computer op zich al een hele klus.
De hele opstart routine moest immers handmatig worden ingegeven.
Toen de eerste computers met een eigen geheugen verschenen, werd dat probleem al voor een groot deel
verholpen, maar het bleef behelpen.
Bovendien kon slechts één programma tegelijk worden uitgevoerd, en dat zorgde
ervoor dat de capaciteit van computers niet ten volle kon worden benut.
In de jaren 1960 kwamen daarom de eerste echte besturingssystemen in gebruik.
Zo’n besturingssysteem zorgde ervoor dat de computer probleemloos kon opstarten, en maakte het
mogelijk om meerdere programma’s tegelijk te draaien.
Bovendien zorgde het besturingssysteem ervoor dat de processor en het computergeheugen optimaal werden benut.
 

 

De vierde generatie computers (na 1971)

In ca. 1971 bracht Intel haar eerste microprocessor op de markt : de 4004-processor,
die niet erg populair werd – het programmeren van deze microchip bleek een verschrikking – maar die wel de aanzet gaf tot het produceren van meer performante microprocessoren.
Een microprocessor combineert in feite de functies van vele gewone IC’s samen. Vanaf nu werden de computers nog kleiner en goedkoper.
Bovendien werd het nu mogelijk computers te maken die voor alle soorten toepassingen nuttig waren, terwijl voordien een computer steeds gebouwd werd voor een welbepaald doel.
De uitvinding van de microprocessor was ongetwijfeld essentieel voor het succes van de personal computer.
Sinds de jaren 1970 maakten microprocessoren ook geautomatiseerde huishoud toestellen mogelijk :keuken robots, microgolfovens, televisietoestellen,
hifi-apparatuur, … het is tegenwoordig ondenkbaar zonder geavanceerde chips.
Maar ook in de auto’s betekende de microchip een echte revolutie. 
 
In 1999 gooide AMD Intels comfortabele wereld overhoop door de Athlon te introduceren.
De Athlon was een volledig nieuw, maar ook heel conventioneel ontwerp.
De bouwstenen van processors zijn transistors, en verbeterde fabricageprocedés
gaven processorontwerpers veel meer transistors ter beschikking.
Intel gebruikte de extra transistors om een supersnel cachegeheugen aan zijn processors toe te voegen,
zodat die minder vaak het relatief langzame systeemgeheugen hoefden te gebruiken.
AMD gebruikte ze om Athlon veel meer brute rekenkracht te geven.
 

De verdere ontwikkeling van de Intel processor:

Voor een korte blik op de processorontwikkelingen die tot de Core i7 hebben geleid, gaan we terug naar 1999.
Kort daarvoor had Intel de Pentium III gelanceerd, wat eigenlijk een Pentium II was met ondersteuning voor een uitgebreidere instructieset.
Een instructieset is de taal van een processor.
De Pentium II op zijn beurt was een iets aangepaste Pentium Pro.
Intels beste processors tussen 1995 en 2000 gebruikten dus allemaal grotendeels dezelfde architectuur,
de prestatieverbeteringen in die tijd waren gevolg van steeds betere fabricageprocedés.

Van Pentium Pro naar Core i7

Met de Core i7 introduceerde Intel kortgeleden een nieuwe generatie processors.
Het bedrijf houdt zich daarmee aan het zogenoemde ‘tick-tock’-schema: het ene jaar introduceert Intel een nieuwe architectuur,
het jaar daarop volgt een kleine aanpassing op die architectuur geproduceerd met een nieuw fabricageproces.
Penryn was een aangepaste Conroe (beide vielen onder de merknaam Core 2 Duo),
het opvolgende jaar is het de beurt aan een nieuwe architectuur: Core i7.

 
 

             

Eerste computer
tot enkele meters hoog           

 

 Basis moederbord 

 

Eerste computerchip intel


Nvidea Chip

 

Een van de eerste Apple Computers
11C
 

De eerste laptop

 

Adrilank's Webontwerp               ©Adrilank's Computers                           Powered by Dutch CMS

[ Adrilank Computers – Webontwerp ] [ Mouthoefsestraat 19 ] [5427 CR Boekel] [Tel: 0492-326123]
[Mobiel: 06 1092 1995 ]     [ Btw nr: NL064275954B02 ] [ KvK 17283064 ]  [ e-mail ]